Herdenking Oktoberrazzia 1944 - 2026

Stichting Hilversum in de Oorlog herdenkt de Oktoberrazzia van 23 oktober 1944

Op 23 oktober 2026 organiseerde Stichting Hilversum in de Oorlog voor de derde maal de herdenking van de Oktoberrazzia van 23 oktober 1944.

Net als in 2025, konden we voor de toespraken terecht in het kantinegebouw van de Gooise Atletiek Club (GAC). Wij zijn de GAC zeer erkentelijk voor het beschikbaar stellen van deze ruimte. Zo konden we, ondanks de regen, toch samen stilstaan bij de (gevolgen van) de Oktoberrazzia.

Rond 17.30 uur stond het Hilversums Muziekgezelschap Excelsior klaar om de herdenking muzikaal te begeleiden. Vanwege de regen werd in overleg met de sprekers besloten de inleiding van Robin Gouwswaard, voorzitter van Stichting Hilversum in de Oorlog, in te korten. Na Gouwswaards inleidende woorden, bracht Jurjen Koetze van het Hilversums Muziekgezelschap Excelsior het signaal Taptoe ten gehore. Dit vormde de aanzet tot een moment van stilte. Daarna kregen de aanwezigen de gelegenheid bloemen te leggen bij het Monument voor de Dwangarbeiders.

Vervolgens werd de herdenking binnen voortgezet, waar Gouwswaard zijn inleiding vervolgde. 'Vrijwel elke Hilversummer waarvan de familie al generaties hier woont kent minstens één familielid dat is meegenomen', aldus Gouwswaard, 'met alle gevolgen van dien.' Gouwswaard vertelde over de erbarmelijke omstandigheden waaronder de Hilversummers in Duitsland tewerkgesteld werden. De huisvesting was slecht, het eten karig en de mannen moesten slapen op vuil stro vol luizen. Velen werden ziek en zeker tachtig mannen keerden nooit meer terug. In Bramsche verbleef een deel van hen in een houten barak van twee verdiepingen. Deze barak is na de oorlog afgebroken. Hans Velde, die als Nederlandse militair jarenlang in Bramsche verbleef, besloot de barak op schaal na te bouwen. Onlangs droeg hij het schaalmodel over aan Stichting Hilversum in de Oorlog. 'Vanmorgen is het model opgehaald door Els en Bert Kiewik-Peters, en nu staat hij hier', liet Gouwswaard weten. 'Wij zullen als stichting het model bewaren en hopen het in de toekomst tentoon te kunnen stellen.'

Jan Willem Meinsma heette ons vervolgens welkom namens de Gooise Atletiek Club. In zijn toespraak benadrukte hij dat er 'vanaf deze plek [elke week] honderden mensen voor een sportieve activiteit [vertrekken]: hardlopen, wandelen, nordic walking, baanatletiek. Jong en oud, vrijwillig en met plezier. Ze weten ongeveer wat hun te wachten staat: een voorspelbare training, met creatieve variaties van de trainer. Weinig herinnert hier aan de pijnlijke jaren van de Tweede Wereldoorlog. Maar 82 jaar geleden was deze plek óók een plaats van vertrek. Toen niet vrijwillig, maar onder dwang. Op weg naar dwangarbeid, met een boodschap die onduidelijk was en onheilspellend.'

Hierna sprak Heiner Pahlmann, burgemeester van Bramsche. Pahlmann, die op 1 november 2026 zijn functie zal overdragen aan zijn opvolger Lars Rehling, noemde het een 'bijzonder genoegen en een grote eer om vandaag weer in Hilversum te zijn.' De afscheidnemend burgemeester stelde dat we op 23 oktober niet samenkomen omdat we graag stilstaan ​​bij vervlogen tijden, maar omdat er een verleden is dat we nooit mogen vergeten. Daarnaast benadrukte hij dat herdenken 'ook een verantwoordelijkheid [is] voor het heden en de toekomst. Juist daarom is het zo belangrijk dat we dit verhaal samen vertellen – in Hilversum en in Bramsche. Want onze twee steden zijn door deze geschiedenis met elkaar verbonden op een manier die we niet zelf hebben gekozen. Maar we hebben wel bepaald wat we van deze verbinding maken. Uit een band gesmeed door oorlog, geweld en onrecht, is in de loop der decennia een vriendschapsband ontstaan. Vandaag staan ​​Hilversum en Bramsche voor ontmoeting, voor uitwisseling en voor wederzijds vertrouwen.' En hoewel zijn ambtstermijn ten einde komt, benadrukte hij dat de vriendschap tussen Hilversum en Bramsche niet eindigt. Met deze symbolische overdracht vertrouwde hij zijn opvolger de taak toe om de vriendschap en de hechte band tussen beide steden voort te zetten.

Vervolgens nam aantredend burgemeester van Bramsche Lars Rehling het woord. Hij sprak de aanwezigen toe in het Nederlands. 'Mijn boodschap aan u, hier en vandaag, juist als vertegenwoordiger van een jongere generatie, is vooral deze: ik wil deze weg samen met u blijven vervolgen! Wij zullen de herinnering levend houden.' Rehling benadrukte dat het niet pnieuw donker mag worden. 'Juist in deze tijd is het gezamenlijke herdenken zo belangrijk. [...] Laten wij samen een licht ontsteken: een licht van herinnering, maar ook van vriendschap.'

Birte Rögner, locoburgemeester van Kirchlengern, sprak hierna de aanwezigen toe. 'We moeten de geschiedenis onder ogen zien, ook daar waar die pijnlijk is. Want een eerlijke herinnering begint met het erkennen van het onrecht dat is aangedaan en het teruggeven van de waardigheid aan de slachtoffers.' Rögner sloot haar toespraak af met de wens 'uit de herinnering de kracht putten om onze gezamenlijke toekomst in vrede en vriendschap vorm te geven.'

Als laatste was het woord aan historicus en secretaris van Stichting Hilversum in de Oorlog Merle Lammers. Lammers belichtte het levensverhaal van razziaslachtoffer Hendrikus Dirk Verhoef, die op 29 november 1944 omkwam bij een geallieerd bombardement. '
Herdenken betekent niet alleen stilstaan bij wat er is gebeurd; het betekent ook dat we de mensen om wie het gaat blijven zien. We moeten blijven zoeken, blijven onderzoeken, en blijven vertellen,' aldus Lammers. 'Zodat de mensen die tijdens de Oktoberrazzia werden opgepakt en van wie velen niet meer zijn thuisgekomen, niet uit onze herinnering verdwijnen. Hendrikus Dirk Verhoef was, net als zovelen slachtoffers, een echtgenoot, een vader en een mens met een eigen leven. Dat leven verdient het om herinnerd te worden.'

De plechtigheid eindigde met een dankwoord van Gouwswaard.

De toespraken zijn hieronder terug te lezen.

Foto impressie

Hieronder staan enkele foto's van de herdenking. Deze foto's zijn gemaakt door Eduard Metz van Oog op Hilversum.

1. De door Hans Velde op schaal nagemaakt barak uit Bramsche, © Eduard Metz, Oog op Hilversum
2. De originele barak

Toespraken

Onderstaand zijn de toespraken van Robin Gouwswaard, burgemeester van Bramsche Heiner Pahlmann, diens opvolger Lars Rehling, locoburgemeester van Kirchlengern Birte Rögner, en Merle Lammers te lezen. De toespraken van de burgemeester van Bramsche en van de locoburgemeester van Kirchlengern zijn beschikbaar in zowel de originele Duitse taal als in de Nederlandse vertaling. Deze toespraken zijn in het Duits gehouden.

Inleiding door Robin Gouwswaard

[Buiten]

Namens Stichting Hilversum in de Oorlog heet ik u allen van harte welkom. Dank dat u, ondanks het slechte weer, toch aanwezig kunt zijn bij de herdenking van de Oktoberrazzia. Vanavond herdenken wij dat 82 jaar geleden, op 23 oktober 1944, de grote Hilversumse Oktoberrazzia plaatsvond.

Mijn naam is Robin Gouwswaard van Stichting Hilversum in de Oorlog. Wij houden ons als stichting veel bezig met het onderzoeken van de Hilversumse oorlogsgeschiedenis, met onder andere als doel om onbeantwoorde vragen te beantwoorden en voorlichting te geven aan toekomstige generaties. Zo onderhouden wij ook veel contact met nabestaanden. Velen van hen zijn hier vandaag aanwezig.

De muziek die u zojuist heeft gehoord, is verzorgd door het Hilversums Muziekgezelschap Excelsior. Wij danken hen hiervoor. Jurjen Koetze van het Muziekgezelschap zal de één minuut stilte inleiden middels het Signaal Taptoe. Daarna is er gelegenheid voor het leggen van bloemen. Vervolgens verplaatsen we ons naar binnen voor de toespraken. Na een inleidend woord zal Jan Willem Meinsma van de Gooise Atletiek Club een toespraak houden.

Voor het derde jaar op rij is er representatie vanuit Duitsland. De twee gemeenten Bramsche en Kirchlengeren dragen de herdenking een warm hart toe. De burgemeester van Bramsche, Heiner Pahlmann, draagt over een aantal dagen het burgemeestersambt over aan zijn opvolger Lars Rehling. Beiden zullen een toespraak houden. Zij zijn vergezeld door stadshistoricus Dieter Przygode en Ari Boender, een van oorsprong Nederlandse inwoner van Bramsche. De gemeente Kirchlengern wordt vertegenwoordigd door locoburgemeester Birte Rögner. Zij is samen met haar echtgenoot naar Hilversum afgereisd en zal eveneens een toespraak houden. Wij zijn de afgevaardigden uit deze Duitse gemeenten zeer erkentelijk voor hun komst en hun bijdrage aan deze herdenking. Tot slot zal Merle Lammers vertellen over de Hilversummers die in Duitsland terecht kwamen.

Nu volgt het Signaal Taptoe en daarna een minuut stilte.

(Na minuut stilte)

Nu geef ik gelegenheid aan de afvaardiging van de gemeente Bramsche om bloemen te leggen

Birte Rögner namens de gemeente Kirchlengern,

Merle Lammers namens Stichting Hilversum in de Oorlog

Leden van de Historische Vereniging Albertus Perk

Nu is er voor de andere aanwezigen gelegenheid tot het leggen van bloemen.

 


[Binnen]

Allereerst willen wij de Gooische Atletiekclub bedanken voor de mogelijkheid om dit deel van de herdenking binnen te kunnen houden. Ik zal nu een kort inleidend woord doen, daarna zal de heer Jan Willem Meinsma namens de GAC en als teamlid van de Bevrijdingsvuurestafette ons welkom heten en een toespraak houden. Daarna volgt burgemeester Heiner Pahlman, gevolgd door zijn opvolger Lars Rehling. Daarna volgt locoburgemeester Birte Rögner en tot slot zal historicus Merle Lammers een voordracht houden over een van de slachtoffers.

Wij spreken veel nabestaanden van de mannen die tijdens de Oktoberrazzia zijn afgevoerd. Dit is natuurlijk ook niet zo vreemd, gezien het gigantische aantal van 3.800 Hilversummers die in een keer verdwenen uit het dorp. Vrijwel elke Hilversummer waarvan de familie al generaties hier woont kent minstens een familielid dat is meegenomen, met alle gevolgen van dien.

Deze mannen kwamen eerst terecht in en rondom kamp Amersfoort. Hier werden ze verdeeld en moesten ze spit- en graafwerkzaamheden verrichten. Circa 1.500 tot 2.000 Hilversummers werden een week later onder voorwendselen naar Duitsland vervoerd. Zo kwamen zij terecht in diverse plaatsen rondom Münsterland. De reis was gevaarlijk en duurde meerdere dagen. De Hilversummers werden vervoerd in een koude, gehavende treinwagon. Onderweg naar onbekende bestemming passeerden ze veel stations waar, door de bombardementen, weinig van over was. Op station Osnabrück-Everburg werden ze verdeeld. De grootste groep van ruim 850 man ging naar Bramsche. Anderen kwamen in Hamm en Kirchlengern terecht. De omstandigheden waren erbarmelijk. In oude schoolgebouwen en/of barakken werden ze gehuisvest. Na enkele weken zat het stro waar ze op sliepen vol met luizen. De dwangarbeiders kregen slecht te eten. Velen van hen werden dan ook ziek. Zeker tachtig van hen keerden nooit meer terug.

In Bramsche werd een deel van de Hilversummers ondergebracht in een grote barak. Deze is enkele decennia na de oorlog afgebroken. Tegenwoordig staat ongeveer op deze plek de St. Johanniskirche, waar elk jaar op 27 januari wordt stilgestaan bij de slachtoffers van het naziregime. Voor de kerk staat een monument voor de Dwangarbeiders. De voormalige barak bestond uit twee verdiepingen en was gemaakt van hout.

Tijdens de Koude Oorlog werden er in Bramsche militairen gehuisvest. Velen van hen waren afkomstig uit Nederland. Een van de militairen die in Bramsche gestationeerd zat, was Hans Velde. Hans heeft als militair 16 jaar lang in Bramsche gewoond en kwam gedurende zijn diensttijd achter de gebeurtenissen tijdens de oorlog. Hij besloot de barak te reconstrueren aan de hand van de afbeeldingen uit het boek De Hel van Bramsche. Begin deze maand kwamen wij in contact met Hans. Hij vroeg of er belangstelling was voor het schaalmodel. Vanmorgen is het model opgehaald door Els en Bert Kiewik-Peters, en nu staat hij hier. Wij zullen als stichting het model bewaren en hopen het in de toekomst tentoon te kunnen stellen.

De toespraken van de Burgemeester Pahlmann en van loco burgemeester Rögner zullen in het Duits worden voorgedragen. De Nederlandse vertaling zal op het scherm te zien zijn. De heer Rehling draagt zijn toespraak voor in het Nederlands.

En nu wil ik Jan Willem het woord geven.

 

Slotwoord

Wij willen u allen bedanken voor uw komst. Uw aanwezigheid wordt zeer gewaardeerd.

 

Toespraak van Jan Willem Meinsma, namens de Gooise Atletiek Club (GAC)

Dames en heren,

Elke week vertrekken vanaf deze plek honderden mensen voor een sportieve activiteit: hardlopen, wandelen, nordic walking, baanatletiek. Jong en oud, vrijwillig en met plezier. Ze weten ongeveer wat hun te wachten staat: een voorspelbare training, met creatieve variaties van de trainer.

Weinig herinnert hier aan de pijnlijke jaren van de Tweede Wereldoorlog. Maar 82 jaar geleden was deze plek óók een plaats van vertrek. Toen niet vrijwillig, maar onder dwang. Op weg naar dwangarbeid, met een boodschap die onduidelijk was en onheilspellend.

Voor ons als GAC komen de geschiedenis van de tweede wereldoorlog en heden twee keer per jaar samen. Het eerste moment is vandaag, bij deze herdenking, waarvoor wij graag gastheer zijn. Verschillende leden kennen de geschiedenis en de pijn uit nabije verhalen: van familieleden en straatgenoten die niet terugkeerden, of zwaar gehavend thuiskwamen. We mogen niet vergeten wat een regime, wat verkeerd leiderschap, mensen aan kan doen. Die herinnering is vandaag meer dan actueel — wereldwijd, maar ook dichtbij, als er woorden vallen zoals remigratie.

Het andere moment is 5 mei. Dan haalt een enthousiaste groep hardlopers in estafette het bevrijdingsvuur uit Wageningen en brengt het naar het hart van Hilversum. 's Nachts wordt er gerend, in de ochtend gaat de tocht verder als wandeling, met nóg meer mensen. Onderweg staan we onder andere stil bij het razziamonument, om het verschil te markeren tussen onderdrukt leven en bevrijd leven. Met het bevrijdingsvuur uit Wageningen hopen we het vuur van vrijheid door te geven aan iedereen die actief mee wil werken aan een leven in vrijheid en vrede.

Dat werken aan vrede en vrijheid kunnen we aan niemand uitbesteden; het ligt bij onszelf. We hopen dat velen het vrijwillig oppakken — vandaag, op 5 mei, en alle dagen erna.

Dank voor uw aandacht.

Toespraak van de burgemeester van Bramsche, Heiner Pahlmann

Vrije vertaling van de toespraak in het Nederlands

Dames en heren,

beste vrienden uit Hilversum,

beste gasten, beste Els, beste Bert, beste Merle, beste Robin,

het is mij een bijzonder genoegen en een grote eer om vandaag weer in Hilversum te zijn.

Ik word vandaag vergezeld door drie heren.

Dit is Lars Rehling, de nieuwe burgemeester van Bramsche, die op 1 november zijn ambt aanvaardt en u kort zal toespreken.

Ook aanwezig is Dieter Przygode uit Bramsche, die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de verwerking van de geschiedenis van het nazitijdperk in Bramsche.

En een zeer speciale gast is Ari Boender, een geboren en getogen Bramsche, afkomstig uit Nederland, de geboorteplaats van de nieuwe burgemeester, en een actief lid van vele verenigingen en organisaties aldaar.

We komen vandaag niet samen om terug te blikken op het verleden omdat we graag stilstaan ​​bij vervlogen tijden.

We komen samen omdat er een verleden is dat we nooit mogen vergeten.

23 oktober 1944 markeert een van de zwartste dagen in de geschiedenis van Hilversum.

Duizenden mannen werden tijdens de razzia uit hun huizen gerukt en naar Duitsland gedeporteerd.

Velen van hen belandden in Bramsche.

Daar werden ze gedwongen tot slavenarbeid onder onmenselijke omstandigheden.

Ze werden gedwongen te werken aan de noordelijke rondweg van het spoorwegknooppunt Osnabrück.

Onder hen bevonden zich leden van het orkest van Radio Hilversum.

Mensen die daadwerkelijk muziek maakten, anderen vermaakten en hen vreugde brachten, werden tot dwangarbeiders gemaakt.

Ze werden beroofd van hun vrijheid, hun waardigheid en hun huis.

De boeken ”Aufstehen, Kaffee holen" en "De hel van Bramsche" illustreren op indringende wijze wat deze mensen in Bramsche moesten doorstaan.

Ze beschrijven honger, kou, geweld en mishandeling, maar ook de kleine daden van menselijkheid die ondanks alle gevaren bestonden.

Als we vandaag herdenken, denken we vooral aan hen die dit lijden hebben moeten doorstaan.

Zij die hun familie moesten achterlaten.

Zij die hun huis niet vrijwillig verlieten.

Zij die ernstig fysiek en emotioneel trauma hebben geleden.

En zij die nooit meer naar huis konden terugkeren.

Onze gedachten zijn bij hen. En ons diepste medeleven gaat uit naar hun families.

Maar herdenken gaat niet alleen over terugkijken. Herdenken is ook een verantwoordelijkheid voor het heden en de toekomst.

Juist daarom is het zo belangrijk dat we dit verhaal samen vertellen – in Hilversum en in Bramsche.

Want onze twee steden zijn door deze geschiedenis met elkaar verbonden op een manier die we niet zelf hebben gekozen.

Maar we hebben wel bepaald wat we van deze verbinding maken.

Uit een band gesmeed door oorlog, geweld en onrecht, is in de loop der decennia een vriendschapsband ontstaan.

Vandaag staan ​​Hilversum en Bramsche voor ontmoeting, voor uitwisseling en voor wederzijds vertrouwen.

En ik geloof dat juist daarin de bijzondere kracht van de herinnering schuilt:

We kunnen het verleden niet veranderen.

Maar we kunnen wel bepalen hoe we ermee omgaan.

We kunnen verantwoordelijkheid nemen voor het lijden uit het verleden.

We kunnen de herinnering levend houden.

En we kunnen ervoor zorgen dat jongeren begrijpen waartoe uitsluiting, minachting voor de mensheid en het verloochenen van democratische waarden kunnen leiden.

Vandaag is ook een bijzondere dag voor mij persoonlijk, omdat ik niet alleen naar Hilversum ben gekomen.

Zoals ik al eerder zei, heb ik mijn opvolger als burgemeester van Bramsche, Lars Rehling, meegenomen.

Dit is een heel belangrijk moment voor mij.

Want over een paar dagen komt er een einde aan mijn tijd als burgemeester van Bramsche. Na twaalf jaar draag ik het ambt over.

Maar één ding wil ik vandaag heel duidelijk maken: mijn ambtstermijn loopt ten einde. De vriendschap tussen Hilversum en Bramsche eindigt niet.

Integendeel. Ik ben ervan overtuigd dat deze band ook in de toekomst zal voortduren.

En daarom ben ik bijzonder blij dat Lars Rehling vandaag bij ons is.

Hij neemt niet zomaar een functie op zich. Hij neemt ook verantwoordelijkheid.

De verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat Bramsche zijn geschiedenis onder ogen ziet.

De verantwoordelijkheid om de herinnering levend te houden aan de mannen uit Hilversum die naar Bramsche werden gedeporteerd.

Integendeel. Ik ben ervan overtuigd dat deze band ook in de toekomst zal voortduren.

En daarom ben ik bijzonder blij dat Lars Rehlingvandaag bij ons is.

Hij neemt niet zomaar een functie op zich. Hij neemt ook verantwoordelijkheid.

De verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat Bramsche zijn geschiedenis onder ogen ziet.

De verantwoordelijkheid om de herinnering levend te houden aan de mannen uit Hilversum die naar Bramsche werden gedeporteerd.

En ook de verantwoordelijkheid om de vriendschap en de nauwe band tussen onze twee steden te blijven koesteren.

Lars, ik wil deze verantwoordelijkheid vandaag symbolisch aan jou toevertrouwen.

Ik ben ervan overtuigd dat je die met groot respect en een grote persoonlijke betrokkenheid zult dragen.

En ik hoop van harte dat je hier in Hilversum nog vele malen zult staan – niet alleen om te herdenken wat er ooit is gebeurd, maar ook om samen met de mensen hier stil te staan bij wat onze steden vandaag de dag met elkaar verbindt.

Want misschien is dat wel de belangrijkste boodschap die we uit onze gezamenlijke geschiedenis kunnen meenemen:

Uit vijandschap kan vriendschap ontstaan.
Uit leed kan herinnering ontstaan.
En uit herinnering kan verantwoordelijkheid ontstaan.

Ik hoop dat Hilversum en Bramsche ook in de toekomst deze weg samen zullen blijven bewandelen.

Wij zullen de slachtoffers niet vergeten.
Wij zullen hun verhalen blijven doorvertellen.
En wij zullen er alles aan doen om ervoor te zorgen dat toekomstige generaties begrijpen waarom vrede, vrijheid, democratie en menselijkheid nooit vanzelfsprekend zijn.

Ik dank u dat u vandaag samen met ons stilstaat bij het verleden.

En ik dank u heel persoonlijk voor de vriendschap die mij en de gemeente Bramsche de afgelopen jaren in Hilversum is betoond.

In het bijzonder ben ik dankbaar voor de vriendschap met Els en Bert en met Merle en Robin.

Deze vriendschappen zal ik ook na afloop van mijn ambtstermijn in het bijzonder in herinnering blijven houden.

En ik weet zeker: Bramsche en Hilversum zullen met elkaar verbonden blijven.

Hartelijk dank!

 

Originele Duitse tekst

Sehr geehrte Damen und Herren,
liebe Freundinnen und Freunde aus Hilversum,
liebe Gäste, liebe Els, lieber Bert, liebe Merle, lieber Robin,
es ist mir eine besondere Freude und zugleich eine große Ehre, heute wieder hier in Hilversum sein zu dürfen.
Mich begleiten heute drei Herren.
Das ist Lars Rehling als neuer Bürgermeister in Bramsche, der das Amt am 01. November übernehmen wird und hier auch gleich noch einige Worte an Sie richten wird.
Wieder dabei ist auch Dieter Przygode aus Bramsche, der sich besonders um die Aufarbeitung der Geschichte während der Nazizeit in Bramsche verdient macht.
Und ein ganz besonders Gast ist Ari Boender, ein in den Niederlanden geborener Bramscher aus dem Wohnort des neuen Bürgermeisters und engagiertes Mitglied in vielen Vereinen und Organisationen an seinem Wohnort.

Wenn wir uns an diesem Tag versammeln, dann tun wir das nicht, um in die Vergangenheit zurückzublicken, weil wir uns gerne mit vergangenen Zeiten beschäftigen.
Wir tun es, weil es eine Vergangenheit gibt, die wir niemals vergessen dürfen.

Der 23. Oktober 1944 steht für einen der dunkelsten Tage in der Geschichte Hilversums.
Tausende Männer wurden bei der Razzia aus ihrer Heimat gerissen und nach Deutschland verschleppt.
Viele von ihnen kamen nach Bramsche.
Dort mussten sie unter menschenunwürdigen Bedingungen Zwangsarbeit leisten.
Sie wurden gezwungen, an der Nordumgehung für den Eisenbahnknotenpunkt Osnabrück zu arbeiten.
Unter ihnen waren auch Mitglieder des Orchesters von Radio Hilversum.
Menschen, die eigentlich Musik machten, die Menschen unterhielten und ihnen Freude bereiteten, wurden zu Zwangsarbeitern gemacht.
Sie wurden ihrer Freiheit, ihrer Würde und ihrer Heimat beraubt.
Die Bücher „Aufstehen, Kaffee holen“ und „Die Hölle von Bramsche“ haben uns eindrucksvoll vor Augen geführt, was diese Menschen in Bramsche erleben mussten.
Sie berichten von Hunger, Kälte, Gewalt und Schikanen – aber auch von den kleinen Zeichen der Menschlichkeit, die es trotz aller Gefahren gab.
Wenn wir heute daran erinnern, dann denken wir vor allem an die Menschen, die dieses Leid erfahren mussten.


An diejenigen, die ihre Familien zurücklassen mussten.
An diejenigen, die ihre Heimat nicht freiwillig verlassen haben.
An diejenigen, die körperlich und seelisch schwer verletzt wurden.
Und an diejenigen, die nie wieder nach Hause zurückkehren konnten.

Ihnen gilt unser Gedenken. Und ihren Familien gilt unser tiefes Mitgefühl.

Erinnerung ist aber nicht nur ein Blick zurück. Erinnerung ist auch eine Verantwortung für die Gegenwart und für die Zukunft.

Gerade deshalb ist es so wichtig, dass wir diese Geschichte gemeinsam erzählen – in Hilversum und in Bramsche.

Denn unsere beiden Städte sind durch diese Geschichte auf eine Weise miteinander verbunden, die wir uns nicht ausgesucht haben.

Aber wir haben entschieden, was wir aus dieser Verbindung machen.

Aus einer Verbindung, die durch Krieg, Gewalt und Unrecht entstanden ist, ist über die Jahrzehnte eine Verbindung der Freundschaft geworden.
Heute stehen Hilversum und Bramsche für Begegnung, für Austausch und für gegenseitiges Vertrauen.
Und ich glaube, genau darin liegt auch eine besondere Kraft der Erinnerung:
Wir können die Vergangenheit nicht verändern.
Aber wir können entscheiden, wie wir mit ihr umgehen.
Wir können aus dem Leid der Vergangenheit Verantwortung ableiten.
Wir können die Erinnerung wachhalten.
Und wir können dafür sorgen, dass junge Menschen verstehen, wohin Ausgrenzung, Menschenverachtung und das Aufgeben demokratischer Werte führen können.
Heute ist für mich persönlich auch deshalb ein besonderer Tag, weil ich nicht allein nach Hilversum gekommen bin.
Wie vorhin schon erwähnt habe ich meinen Nachfolger im Amt des Bürgermeisters der Stadt Bramsche, Lars Rehling, mitgebracht.
Für mich ist das ein sehr wichtiger Moment.


Denn in wenigen Tagen endet meine Zeit als Bürgermeister der Stadt Bramsche. Nach zwölf Jahren werde ich das Amt übergeben.

Aber eines möchte ich heute ganz deutlich sagen: Meine Amtszeit endet. Die Freundschaft zwischen Hilversum und Bramsche endet nicht.

Im Gegenteil. Ich bin davon überzeugt, dass diese Verbindung auch in Zukunft Bestand haben wird.

Und deshalb freue ich mich ganz besonders, dass Lars Rehling heute hier bei uns ist.

Er übernimmt nicht nur ein Amt. Er übernimmt auch Verantwortung.

Die Verantwortung dafür, dass Bramsche sich seiner Geschichte stellt.
Die Verantwortung dafür, dass das Gedenken an die Männer aus Hilversum, die nach Bramsche verschleppt wurden, lebendig bleibt.
Und auch die Verantwortung dafür, die Freundschaft und die enge Verbindung zwischen unseren beiden Städten weiterzuführen.

Lars, ich möchte dir diese Verantwortung heute gewissermaßen symbolisch mit auf den Weg geben.
Ich bin sicher, dass du sie mit großem Respekt und mit viel persönlichem Engagement tragen wirst.

Und ich hoffe sehr, dass du noch viele Male hier in Hilversum stehen wirst – nicht nur zum Gedenken an das, was einmal geschehen ist, sondern auch, um gemeinsam mit den Menschen hier auf das zu schauen, was unsere Städte heute verbindet.
Denn vielleicht ist das die wichtigste Botschaft, die wir aus unserer gemeinsamen Geschichte ziehen können:
Aus Feindschaft kann Freundschaft entstehen.
Aus Leid kann Erinnerung entstehen.
Und aus Erinnerung kann Verantwortung entstehen.
Ich wünsche mir, dass Hilversum und Bramsche diesen Weg auch in Zukunft gemeinsam gehen.
Wir werden die Opfer nicht vergessen.
Wir werden ihre Geschichten weitertragen.
Und wir werden alles dafür tun, dass kommende Generationen verstehen, warum Frieden, Freiheit, Demokratie und Menschlichkeit niemals selbstverständlich sind.

Ich danke Ihnen, dass Sie sich heute gemeinsam mit uns erinnern.

Und ich danke Ihnen ganz persönlich für die Freundschaft, die mir und der Stadt Bramsche in Hilversum in den vergangenen Jahren entgegengebracht wurde.
Ganz besonders dankbar bin ich für die Freundschaft zu Els und Bert und zu Merle und Robin.
Diese Freundschaften werde ich auch nach meiner Amtszeit in besonderer Erinnerung behalten.

Und ich bin mir sicher: Bramsche und Hilversum bleiben miteinander verbunden.

Vielen Dank!

Toespraak van de burgemeester van Bramsche, Lars Rehling

Geachte dames en heren, beste vrienden uit Hilversum, geachte gasten,

Allereerst wil ik u bedanken dat ik vandaag enkele woorden tot u mag richten, ook al treed ik mijn nieuwe functie pas op 1 november aan. Dit is voor mij van bijzonder groot belang. Ik wil ook mijn vriend en buurman Arie Boender bedanken, die mij heeft geholpen deze tekst te vertalen. Ik hoop dat ik het er niet al te slecht van afbreng.

Geachte aanwezigen,

Burgemeester Heiner Pahlmann heeft zojuist benadrukt hoe belangrijk het gezamenlijke herinneren aan de donkere periode van meer dan 80 jaar geleden voor ons en voor de stad Bramsche is. Heiner heeft zich de afgelopen jaren sterk ingezet om deze herinneringscultuur te versterken en heeft de officiële en persoonlijke contacten tussen de mensen van Hilversum en Bramsche onderhouden en verder uitgebouwd.

Mijn boodschap aan u, hier en vandaag, juist als vertegenwoordiger van een jongere generatie, is vooral deze: ik wil deze weg samen met u blijven vervolgen! Wij zullen de herinnering levend houden.

Juist in deze tijd is het gezamenlijke herdenken zo belangrijk. In heel Europa, ook in onze beide landen, zijn er krachten die afstand willen nemen van de Europese weg van verzoening en vrede die wij na 1945 samen zijn ingeslagen.

Wij democraten mogen dat niet toestaan. Laten wij er daarom samen voor zorgen dat het niet opnieuw donker wordt. Laten wij samen een licht ontsteken: een licht van herinnering, maar ook van vriendschap.

Daarom wil ik u nu alvast uitnodigen om ook volgend jaar weer aanwezig te zijn bij de herdenkingsplechtigheid in Bramsche. Ik kijk ernaar uit u dan ook officieel als nieuwe burgemeester te mogen verwelkomen.

Dank u wel dat ik vandaag al kort tot u mocht spreken!

Toespraak van Birte Rögner, locoburgemeester van Kirchlengern

Vertaling van de toespraak in het Nederlands

Geachte heer Robin Gouwswaard, Merle Lammers en Dick van der Lee,
beste familieleden van de slachtoffers,

geachte vertegenwoordigers uit Hilversum,
beste burgers,
geachte dames en heren,

het is voor mij een bijzondere eer en tegelijkertijd een zeer ontroerende taak om hier vandaag als loco-burgemeester van de gemeente Kirchlengern bij u in Hilversum te mogen zijn.

„Daarom wil ik graag dankjewel zeggen.“


We zijn vandaag bijeengekomen om de mensen te herdenken die tijdens de Tweede Wereldoorlog groot onrecht is aangedaan. Mensen uit Hilversum die uit hun thuisland werden weggerukt, naar Duitsland werden gedeporteerd en tot dwangarbeid werden gedwongen, en degenen die de hoop op een terugkeer naar hun thuisland niet meer mochten beleven. Precies op deze plek werden ze bijeen gedreven en gedeporteerd.

We mogen deze mensen niet vergeten. En we mogen het onrecht dat hen is aangedaan niet verzwijgen.

De geschiedenis die we vandaag herdenken, is een pijnlijk deel van ons gezamenlijke Europese verleden. Ze vertelt over een oorlog die miljoenen mensen hun vrijheid, hun waardigheid en hun leven heeft ontnomen.

We kunnen niet ongedaan maken wat hen is aangedaan. En we kunnen degenen die niet mochten terugkeren, hun leven niet teruggeven.
Maar we kunnen hen iets verschuldigd zijn dat ook na decennia nog standhoudt: onze herinnering, ons respect en onze bereidheid om de waarheid over hun geschiedenis door te geven.

Als vertegenwoordiger van de gemeente Kirchlengern sta ik hier vandaag ook in het besef dat dit verhaal deel uitmaakt van onze eigen lokale geschiedenis.

De gebeurtenissen van toen mogen niet worden beschouwd als iets dat ver weg of uitsluitend op andere plaatsen heeft plaatsgevonden. Ze behoren ook tot onze lokale verantwoordelijkheid. We moeten de geschiedenis onder ogen zien, ook daar waar die pijnlijk is. Want een eerlijke herinnering begint met het erkennen van het onrecht dat is aangedaan en het teruggeven van de waardigheid aan de slachtoffers.

Namens de gemeente Kirchlengern buig ik voor de mensen die onder dwang naar Kirchlengern zijn gebracht. Wij gedenken degenen die daar hebben moeten lijden en zijn gestorven. Hun lot blijft deel uitmaken van onze geschiedenis.

Mijn oprechte respect gaat ook uit naar u, de nabestaanden en nakomelingen, en het feit dat we hier vandaag samen staan, toont aan hoe belangrijk het is om deze herinneringen te bewaren en de mensen achter de historische gebeurtenissen weer een plaats in ons geheugen te geven.

Dames en heren,

tussen Nederland en Duitsland liggen niet alleen grenzen, maar ook de herinneringen aan een verleden dat gekenmerkt wordt door geweld, leed en verlies. Maar onze gezamenlijke geschiedenis bestaat niet alleen uit donkere hoofdstukken.

Na de oorlog zijn er tussen onze landen nieuwe banden ontstaan. Mensen hebben elkaar weer de hand gereikt. Ontmoetingen, vriendschappen en partnerschappen zijn gegroeid. Stap voor stap is uit een tijd van vijandschap een samenleven ontstaan dat vandaag de dag wordt gekenmerkt door vrede, vertrouwen en wederzijds respect.

Deze ontwikkeling is niet vanzelfsprekend. Het is een geschenk, maar ook een verplichting om de herinnering levend te houden.

Want verzoening betekent niet dat we hetgeen gebeurd is, vergeten. Verzoening betekent ook niet dat we het leed van de slachtoffers bagatelliseren. Echte verzoening kan alleen groeien waar we het verleden eerlijk onder ogen zien, het onrecht bij naam noemen en de herinnering aan de getroffenen in ere houden.

Juist daarom is het zo belangrijk dat we hier vandaag bijeenkomen – Nederlanders en Duitsers, vertegenwoordigers van onze gemeenten, nabestaanden en inwoners van Hilversum.

Hiermee laten we zien dat herinnering geen grenzen kent. Dat medeleven geen nationaliteit nodig heeft. En dat we, ondanks een pijnlijk verleden, samen kunnen opkomen voor een toekomst waarin de waardigheid van ieder mens wordt gerespecteerd.

Laten we uit de herinnering de kracht putten om onze gezamenlijke toekomst in vrede en vriendschap vorm te geven.

Ik dank u van harte dat we vandaag samen mogen herdenken. Ik bedank iedereen die zich inzet voor de verwerking van deze geschiedenis, die de herinneringen bewaart en de band tussen onze landen in stand houdt.

Moge deze dag een teken zijn van ons respect voor de slachtoffers. Moge hij de nabestaanden en nakomelingen laten zien dat hun familiegeschiedenis wordt erkend, serieus wordt genomen en niet wordt vergeten. En moge hij ons er allemaal aan herinneren dat menselijkheid en vrede nooit vanzelfsprekend zijn.

Wij gedenken.
Wij erkennen het onrecht dat is begaan.
Wij bewaren de herinnering.
En wij nemen verantwoordelijkheid voor een toekomst waarin dergelijk leed zich nooit meer mag herhalen.

Mogen zij een waardige plaats in onze herinnering behouden.

„Hartelijk dank“

 

Originele Duitse tekst

Sehr geehrter Herr Robin Gouwswaard, Merle Lammers und Dick van der Lee,
liebe Angehörige der Opfer,
sehr geehrte Vertreterinnen und Vertreter aus Hilversum,
liebe Bürgerinnen und Bürger, sehr geehrte Damen und Herren,

es ist für mich eine besondere Ehre und zugleich eine sehr bewegende Aufgabe, heute als stellvertretende Bürgermeisterin der Gemeinde Kirchlengern hier bei Ihnen in Hilversum als Gast zu sein.
daarom wil ik graag(kraach) dankjewel zeggen (zeche)
(deshalb möchte ich Ihnen danke sagen)
Wir sind heute zusammengekommen, um den Menschen zu gedenken, denen während des Zweiten Weltkriegs großes Unrecht widerfahren ist. Menschen aus Hilversum, die aus ihrer Heimat gerissen, nach Deutschland verschleppt und zur Arbeit gezwungen wurden und denen, die die Hoffnung auf eine Rückkehr in ihre Heimat nicht mehr erleben durften. Genau an diesem Ort wurden sie zusammengetrieben und deportiert.

Wir dürfen diese Menschen nicht vergessen. Und wir dürfen das Unrecht, das ihnen angetan wurde, nicht verschweigen.
Die Geschichte, an die wir heute erinnern, ist ein schmerzlicher Teil unserer gemeinsamen europäischen Vergangenheit. Sie erzählt von einem Krieg, der Millionen Menschen ihrer Freiheit, ihrer Würde und ihres Lebens beraubte.

Wir können nicht ungeschehen machen, was ihnen angetan wurde. Und wir können denjenigen, die nicht zurückkehren durften, ihr Leben nicht zurückgeben.

Aber wir können ihnen etwas schulden, das auch über die Jahrzehnte hinweg Bestand hat: unser Erinnern, unseren Respekt und unsere Bereitschaft, die Wahrheit über ihre Geschichte weiterzutragen.
Als Vertreterin der Gemeinde Kirchlengern stehe ich heute hier auch mit dem Bewusstsein, dass diese Geschichte zu unserer eigenen Ortsgeschichte gehört.

Die Geschehnisse von damals dürfen nicht als etwas betrachtet werden, das weit entfernt oder ausschließlich an anderen Orten stattgefunden hat. Sie gehören auch zu unserer Verantwortung vor Ort. Wir müssen uns der Geschichte stellen, auch dort, wo sie schmerzhaft ist. Denn eine ehrliche Erinnerung beginnt damit, das erlittene Unrecht anzuerkennen und den Opfern ihre Würde zurückzugeben.

Im Namen der Gemeinde Kirchlengern verneige ich mich vor den Menschen, die unter Zwang nach Kirchlengern gebracht wurden. Wir gedenken derjenigen, die dort leiden mussten und gestorben sind. Ihr Schicksal bleibt Teil unserer Geschichte.

Mein tief empfundener Respekt gilt auch Ihnen, den Angehörigen und Nachkommen und dass wir heute hier gemeinsam stehen, zeigt, wie wichtig es ist, diese Erinnerungen zu bewahren und den Menschen hinter den historischen Ereignissen wieder einen Platz in unserem Gedächtnis zu geben.

Meine Damen und Herren,
zwischen den Niederlanden und Deutschland liegen nicht nur Grenzen, sondern auch die Erinnerungen an eine Vergangenheit, die von Gewalt, Leid und Verlust geprägt ist. Doch unsere gemeinsame Geschichte besteht nicht allein aus den dunklen Kapiteln.
Nach dem Krieg sind zwischen unseren Ländern neue Verbindungen entstanden. Menschen haben einander wieder die Hand gereicht. Begegnungen, Freundschaften und partnerschaftliche Beziehungen sind gewachsen. Schritt für Schritt ist aus einer Zeit der Feindschaft ein Miteinander geworden, das heute von Frieden, Vertrauen und gegenseitigem Respekt geprägt ist.

Diese Entwicklung ist nicht selbstverständlich. Sie ist ein Geschenk, aber auch eine Verpflichtung die Erinnerung zu wahren.
Denn Versöhnung bedeutet nicht, das Geschehene zu vergessen. Versöhnung bedeutet auch nicht, das Leid der Opfer kleiner zu machen. Wahre Versöhnung kann nur dort wachsen, wo wir uns der Vergangenheit ehrlich stellen, das Unrecht beim Namen nennen und die Erinnerung an die Betroffenen bewahren.

Gerade deshalb ist es so wichtig, dass wir heute hier zusammenkommen – Niederländer und Deutsche, Vertreterinnen und Vertreter unserer Gemeinden, Angehörige und Bürgerinnen und Bürger aus Hilversum.

Wir zeigen damit, dass Erinnerung keine Grenze kennt. Dass Mitgefühl keine Nationalität braucht. Und dass wir trotz einer schmerzlichen Vergangenheit gemeinsam für eine Zukunft eintreten können, in der die Würde jedes Menschen geachtet wird.
Lassen Sie uns aus der Erinnerung die Kraft schöpfen, unsere gemeinsame Zukunft in Frieden und Freundschaft zu gestalten.
Ich danke Ihnen von Herzen, dass wir heute gemeinsam erinnern dürfen. Ich danke allen, die sich für die Aufarbeitung dieser Geschichte einsetzen, die Erinnerungen bewahren und die Verbindung zwischen unseren Ländern pflegen.

Möge dieser Tag ein Zeichen unseres Respekts gegenüber den Opfern sein. Möge er den Angehörigen und Nachkommen zeigen, dass ihre Familiengeschichte gesehen, ernst genommen und nicht vergessen wird. Und möge er uns alle daran erinnern, dass Menschlichkeit und Frieden niemals selbstverständlich sind.

Wir erinnern uns.
Wir erkennen das erlittene Unrecht an.
Wir bewahren die Erinnerung.
Und wir übernehmen Verantwortung für eine Zukunft, in der sich solches Leid niemals wiederholen darf.
Mögen sie in unserer Erinnerung einen würdigen Platz behalten.
„Hartelijk dank“ (Herzlichen Dank)

Toespraak van Merle Lammers

Geachte dames en heren, allereerst wil ik benadrukken dat uw aanwezigheid veel betekent voor ons en voor de nabestaanden. Dank hiervoor.

Tijdens mijn opleiding tot historicus maakte ik kennis met de methode van de negentiende-eeuwse Duitse historicus Leopold von Ranke. Zijn kritisch-filologische methode streefde naar objectiviteit en richtte zich vrijwel uitsluitend op primaire bronnen. Idealiter moest de geschiedenis geschreven worden ‘wie es eigentlich gewesen’ – zoals het werkelijk geweest is.

Bij een onderwerp uit de recente bezettingsgeschiedenis is het reconstrueren van hoe iets er werkelijk aan toegegaan is vaak een uitdaging: de beschikbaarheid van primaire bronnen is beperkt doordat ze verloren zijn gegaan, bewust zijn vernietigd of omdat de gegevens tegen het einde van de oorlog simpelweg niet meer zijn vastgelegd.

Dit geldt bijvoorbeeld voor de Hilversummers die tijdens de Oktoberrazzia zijn opgepakt en tewerkgesteld werden in Nederland. Van hen ontbreekt in de archieven vaak ieder spoor. Hun namen zijn niet terug te vinden in de Collectie Arbeidsinzet van het Nationaal Archief, noch in de database van de Arolsen Archives, het grootste archief ter wereld over de slachtoffers van het naziregime. Vorig jaar sprak Willem van der Craats tijdens de herdenking van de razzia over de zoektocht naar zijn vader, die als 17-jarige vlakbij Renkum tewerkgesteld werd. Na een jarenlange zoektocht in verschillende lokale en regionale archieven wist hij uiteindelijk het verhaal van zijn vader zo goed mogelijk te reconstrueren.

Ook bij de slachtoffers van de Oktoberrazzia die in Duitsland om het leven zijn gekomen, stuiten we op hiaten in het bronnenmateriaal. In hun geval zijn er wel documenten bewaard gebleven, die gelukkig vaak ook digitaal beschikbaar zijn. Toch geven deze bronnen niet altijd eenduidige antwoorden. Soms spreken ze elkaar tegen of roepen ze nieuwe vragen op. Daarom is het belangrijk om de beschikbare gegevens kritisch te blijven onderzoeken. Hoe betrouwbaar zijn de documenten die we hebben teruggevonden? En kunnen we er zonder meer van uitgaan dat de vermelde doodsoorzaak op een officiële overlijdensakte ook daadwerkelijk overeenkomt met de werkelijkheid?

Achter deze vragen en onzekerheden schuilt telkens een mensenleven. De vraag hoe we kunnen achterhalen wat er werkelijk gebeurd is, brengt ons terug bij de historische methode van Leopold van Ranke. Door primaire bronnen kritisch te onderzoeken en met elkaar te vergelijken, kunnen we de laatste levensdagen van de slachtoffers zo nauwkeurig mogelijk reconstrueren.

Inmiddels hebben we op de website van de Stichting Hilversum in de Oorlog verschillende van deze verhalen vastgelegd. Eén daarvan is het verhaal van Hendrikus Dirk Verhoef, wiens lot ik vanavond nader wil belichten.

In de zomer van vorig jaar werden wij als stichting benaderd door een vrouw die via haar echtgenoot familiebanden heeft met Hendrikus. Zij bleek enkele documenten in bezit te hebben, die ze graag aan ons wilde schenken. De documentenset bestaat uit twee portretfoto’s van Hendrikus, een handgeschreven brief, een rouwkaart en een uitgeknipte advertentie waarin melding wordt gemaakt van de herbegrafenis van Hendrikus in 1951.

Op basis van de documentenset en het materiaal dat we in verschillende archieven hebben teruggevonden, hebben we geprobeerd het verhaal van Hendrikus Dirk Verhoef zo nauwkeurig mogelijk te reconstrueren.

Dankzij de portretfoto’s kunnen we hem daarnaast niet alleen herinneren aan de hand van documenten en historische gegevens, maar hem ook letterlijk een gezicht geven. Zo wordt hij meer dan een naam in de archieven: we krijgen een beeld van de mens achter het verhaal.

Hendrikus Dirk Verhoef werd op 8 augustus 1908 geboren in Maarsseveen. Hij was handelaar in melkproducten. Op 27 mei 1931 trouwde hij met Johanna Geertruida Voorneveld. Het echtpaar betrok een woning aan de Jan van der Heijdenstraat 42 in Hilversum. Op 26 juni 1937 werd hun dochter Aalbertje (Betsie) geboren.

Op 23 oktober 1944 werd Hendrikus tijdens de Oktoberrazzia opgepakt. Na een kort verblijf in Kamp Amersfoort, werd hij op transport gesteld naar Duitsland. Hendrikus maakte deel uit van de zogenaamde Hamm-groep. Hij kwam samen met naar schatting 350 tot 500 andere dwangarbeiders terecht in het Duitse plaatsje Hamm, gelegen tussen Münster en Dortmund. Hij werd tewerkgesteld bij de firma Rathjens, onder de beruchte Organisation Todt (O.T.). De werkomstandigheden waren zwaar: lange werkdagen en nauwelijks rust. Bovendien moest al het werk met de hand worden gedaan vanwege het gebrek aan hulpmiddelen. Dit leidde tot veel uitputting, ondervoeding en ziekte. Van de Hilversumse dwangarbeiders die op 1 november naar Hamm vertrokken, stierven er 31 vóór de bevrijding; minstens 27 van hen werkten voor Rathjens.

Vanwege de strategische ligging bij spoorwegknooppunten werden Hamm en omgeving geregeld gebombardeerd. Bij één van die bombardementen kwam Hendrikus Dirk Verhoef om het leven. Volgens de overlevering dook Hendrikus tijdens het geallieerde bombardement van 29 november 1944 samen met een mededwangarbeider, de 18-jarige Jacobus Hildebrand (Jacob) Ruiter, een greppel in. Zij hadden de pech dat één van de bommen vlak naast hen insloeg, waardoor ze werden bedolven onder de aarde van de krater. Hendrikus en Jacob kwamen beiden om het leven. Volgens de officiële overlijdensakte had Hendrikus als gevolg van het bombardement een schedelbreuk opgelopen. Op een formulier van de Dienst Identificatie en Berging wordt als overlijdensoorzaak vermeld: 'bedolven bij bombardement'.

Na het overlijden van Hendrikus, ontving de familie een brief van de O.T. De brief die wij in ons bezit hebben is waarschijnlijk door de familie overgeschreven van het origineel. Ik citeer:
‘Hierdoor moet ik helaas de treurige plicht vervullen U er van in kennis te stellen dat u man Hendrikus Verhoef geb[oren] 8.8.08 op 29 Nov 1944 aan een Amerikaansen luchtaanval op Hamm Westfalen ten offer is gevallen. Door een in nabijheid inslaande bom werd hij gedood Zijn teraardebestelling heeft reeds in Hamm Westfalen plaats gevonden Al zijn Hollandse arbeidskameraden bewezen hem de laatste eer. Een bewijs van overlijden zal ik u na ontvangst toezenden Ik verzoek u deze brief te bevestigen, op dat ik weet dat u bericht ontvangen heeft. U man was bij mijn firma als grondwerker ingezet en heeft zijn plicht tot mijn tevredenheid vervuld Voor zijn kameraden was hij steeds een voorbeeld en allen betreuren zijn plotseling einde Langs deze weg spreken u de arbeidskameraden u hun diepe medegevoel uit In naam v.d. bedrijfsleider en alle medearbeiders maak ik u het hartelijk rouwbeklag over bij dit plotseling en onverwachte afloop en verblijf’.
Gesigneerd door de O.T. Einheit Rathjens.
We kennen een vergelijkbare brief van een ander slachtoffer van de Oktoberrazzia die bij Rathjens tewerkgesteld was. Het lijkt dan ook een standaardbrief te zijn.

Op 4 september 1951 is Hendrikus Dirk Verhoef herbegraven op de Noorderbegraafplaats. Zijn familie plaatste onderstaande advertentie op 1 september 1951 in de Gooi- en Eemlander. De krantenadvertentie is door de familie uitgeknipt en altijd bewaard gebleven in de originele rouwenvelop, samen met de twee portretfoto's en de overgeschreven brief van de firma Rathjens.

Op het eerste gezicht lijken dit misschien eenvoudige documenten, maar samen met het aanvullende archiefonderzoek vertellen ze het verhaal over een man wiens leven abrupt eindige, ver van huis en zijn gezin. Dankzij deze documenten kunnen we zijn geschiedenis gedeeltelijk reconstrueren. We kunnen zijn laatste levensdagen onderzoeken en proberen te begrijpen wat hem is overkomen. Maar bovenal kunnen we hem zijn plaats in de geschiedenis teruggeven.

Aan het begin van mijn toespraak noemde ik het ideaal van Leopold van Ranke: de geschiedenis beschrijven ‘wie es eigentlich gewesen’ – zoals het werkelijk geweest is. Herdenken betekent niet alleen stilstaan bij wat er is gebeurd; het betekent ook dat we de mensen om wie het gaat blijven zien. We moeten blijven zoeken, blijven onderzoeken, en blijven vertellen. Zodat de mensen die tijdens de Oktoberrazzia werden opgepakt en van wie velen niet meer zijn thuisgekomen, niet uit onze herinnering verdwijnen.

Hendrikus Dirk Verhoef was, net als zovelen slachtoffers, een echtgenoot, een vader en een mens met een eigen leven. Dat leven verdient het om herinnerd te worden.

Dank u wel voor uw aandacht.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.